Was de uitvinder van het wiel in beginsel blij met zijn prestatie. Al snel kwamen er meer zaken bij kijken dan hij verwacht had. Van zijn vrouw moest hij bijhouden hoeveel tijd hij besteedde aan de productie van wielen. Tevens moest hij bijhouden welk deel van het huishoudgeld hij uitgaf aan het inkopen van rotsen die geschikt waren voor de wielen fabricage. Ook de hoeveel steen die hij weggooide (zowel fabricage foutjes als afval) moest genoteerd worden. Maar de wielenmaker gaf niet op en al gauw was zijn wielenwinkel een goed lopende zaak en werden wielen steeds belangrijker voor het transport van goederen en mensen.

Omdat de transporteurs waardevolle ladingen vervoerden wilden zij er zeker van zijn dat de wielen die de wielenmaker maakte van goede kwaliteit waren. Die kwaliteitsnorm legden de transporteurs vast in een keurmerk. De wielenmaker kon zijn uitvinding alleen nog verkopen wanneer deze gecertificeerd waren op basis van de gestelde kwaliteitsnorm. De wielenmaker leefde nog lang en gelukkig…

Van alle werkzaamheden die we verrichten zijn zo’n 30% repetitieve administratieve werkzaamheden. In verhouding werkt een gemiddelde Nederlander tussen de 1600 en 2000 netto werkuren per jaar. Daarvan besteedt hij/zij dus zo’n 30% (480-600 uren) per jaar aan werk dat hem frustreert, werklust wegneemt en makkelijk op te lossen is door slim te automatiseren. Voor de liefhebber van getallen. 480 uren is 12 weken en 600 uren zijn 15 weken.

De video “The history of work” van UiPath brengt dit historische verloop mooi in beeld.